Selecteer een pagina

In Hotel Boschhuis in Ter Apel wordt dinsdag 26 februari 2019 een symposium gehouden over de spoorverbinding Groningen – Twente, ook wel de Nedersaksenlijn genoemd. Bestuurders van provincies en gemeenten uit Nederland en Duitsland gaan met elkaar en de zaal in discussie over de realisatiekansen.

Parkmanagement de Veenkolonien steunt samen met andere ondernemersorganisaties en gemeenten uit de regio het plan om de spoorverbinding van Groningen naar Veendam door te trekken naar Stadskanaal, Emmen en Twente. De spoorverbinding is goed voor de economische ontwikkeling van de regio. Veendam verandert van een eindstation in een belangrijk tussenstation.

Joachim Berends, CEO van de Duitse Bentheimer Eisenbahn, legt tijdens het symposium uit waarom het belangrijk is om de Nedersaksenlijn in een groter Europees verband op te nemen.

Aansluitend volgt een forumdiscussie met de gedeputeerden Fleur Gräper (Groningen), Henk Brink (Drenthe) en Bert Boerman (Overijssel). Onder leiding van Marcel Nieuwenweg, bekend van RTV Noord, wisselen zij met de heren Friedrich Kethorn (Landrat van de Grafschaft Bentheim), Frans Zoetmulder (HUSA Transportation), Jan de Wit (rector van de RSG Ter Apel) en met de aanwezige inwoners en ondernemers van gedachten over een aantal stellingen. Geïnteresseerden kunnen zich voor het symposium aanmelden via www.nedersaksenlijn.nl.

Nedersaksenlijn

De Nedersaksenlijn is een rechtstreekse verbinding tussen stadsregio Groningen – Assen en Twente, via de ontbrekende schakel tussen Veendam, Stadskanaal en Emmen. Door het herstellen van de vroegere spoorlijn tussen Veendam, Stadskanaal en Ter Apel en deze vervolgens door te trekken naar Emmen, ontstaat er een directe interregionale verbinding tussen de universiteitssteden Enschede en Groningen.

De gezamenlijke ondernemers in Ter Apel en de gemeente Westerwolde hebben daarbij een goede bereikbaarheid van sterke steden, een dynamisch platteland en een structurele versterking van de gehele regio voor ogen.

Het symposium komt mede tot stand dankzij subsidies van EDR – INTERREG Deutschland – Nederland.